door Jeroen Slak
Het mobieltje is een geweldige uitvinding. Nee, niet om te laten weten waar ik ben of te horen dat iemand drie minuten later dan gedacht zal arriveren. Het interessante is dit anderen te horen doen en er conclusies aan te verbinden. Ik erger mij dus niet als in wachtkamer, trein, bus of metro de gesprekken van start gaan. Nee, ik maak aantekeningen en leer.
Wat als eerste opvalt, is het verschil tussen mannen en vrouwen. Zeker, mannen bellen ook en soms zelfs lang. Maar als in een bus vijftien passagiers zitten van wie er negen aan het bellen zijn, zullen van die negen er zeven een vrouw zijn.
Bij de bellende heren lijkt het een sport te zijn om kort en krachtig te blijven. Opnemen gaat in de trant van ‘Hee, man!’of, vooral bij minder geschoolden, ‘Yo!’ Daarna volgt er het een en ander als: ‘Lekker, man, en jij man?’ ‘Ok, zie ik je daar. Is goed. Hoi.’
Vrouwen kunnen zich echt installeren voor een uurtje bellen. Ze halen de mobiel tevoorschijn, kijken er dromerig naar en maken dan een keuze uit de contactlijst. Nog mooier vinden ze het als ze gebeld wórden. In de bus klinkt een beltoon. Op een van de gezichten breekt herkenning door: het is mijn telefoon! Er wordt kraaiend opgenomen: ‘Haaai!’ Gevolgd door een triomfantelijk: ‘In de bus!’ (Net alsof het nog bijzonder is dat je vanuit de bus kunt bellen.)
Er zijn natuurlijk varianten hierop. Er bestaan grimmige, vastberaden belsters: ‘Ja, met Fleur. Hee, ik heb Ingeborg geprobeerd te bellen, maar ze neemt thuis niet op. En ze neemt ook haar mobiel niet op. Ik heb al drie sms-jes gestuurd, maar ik hoor niets. Kun jij...’ Enzovoort.
En natuurlijk wordt er geklaagd. ‘Met Kimberly. Ben je op je werk? Ok, even kort, moet je horen. Ik was te laat voor m’n werk, omdat ik vergeten was op mijn horloge te kijken. Toen had het geen zin meer, dus toen belde ik m’n baas en toen werd-ie kwáád...Ja, belachelijk, hè? Maar moet je horen, toen moest ik toch komen en...’
Het mobieltje brengt deze gesprekken, en de achterliggende manier van denken, aan het daglicht. De gesprekken tussen twee vrouwen, die tot een paar jaar terug hun privé-zaak waren, liggen letterlijk op straat. Onontkoombaar.
