
Het ergste van de crisis lijkt ook hier in Frankrijk voorbij te zijn. Peter heeft weer wat vaker opdrachten en klusjes. Af en toe rijdt hij naar Nederland om tweedehands computers te halen en dan meteen zijn ouders op te zoeken. Voor een schappelijke prijs een computer krijgen plus installatie van de software en uitleg en dat alles binnen een paar dagen nadat een bedrijf of een particulier heeft gebeld, dat is vrijwel ongekend. Dat alles hier wat langzamer gaat, heeft zijn charme. Maar er is ook veel bureaucratie, zelfs in het bedrijfsleven. De klant is zeker geen koning.
Waar in Nederland allang via e-mail wordt gesolliciteerd, loopt alles hier nog via brieven, afwijzingen en zich voortslepende gespreksrondes. Veel jonge mensen zijn werkloos en verliezen de moed.
Er wordt geklaagd over alle Chinese producten die in de winkels liggen. Tegen die prijzen kan niemand op. Nog even en er is geen Frans bedrijf meer over. Deze en andere zaken bespreken we met monsieur en madame de Cauméray, op hun manoir. We hebben deze zeventigers leren kennen omdat monsieur wel eens een laptop wilde proberen. Er is gevraagd om meteen thee te komen drinken, waarbij ook de dames met elkaar kennis kunnen maken. Licht gespannen gaan we op weg naar het kasteeltje, na ellenlange beraadslagingen over wat we aan zullen doen. We hadden ons geen zorgen hoeven te maken. De kasteelbewoners hebben zich tegen de kou verschanst in hun woonkeuken en zijn boers gekleed. Hier schrijft monsieur zijn historische artikelen en maakt madame haar al even historische gerechten. We mogen ook soep in plaats van thee en de geur die opstijgt uit de richting van het fornuis maakt de keuze makkelijk.
