hoofdstuk 1
Iedereen denkt altijd dat een niet al te slimme goedzak ben. Dus toen ik als 76-jarige eens met de vuist op tafel sloeg, was dat meteen nieuws. ‘De koning houdt een opvallende 21 juli-toespraak’, klonk het in de journaals. Ook in het buitenland was ik nieuws. Geen vrijblijvende praatjes over eendracht en compromissen zoeken. Nee, dat is nu genoeg geweest. Dit koppige volk, deze egocentrische politici hebben mijn broer het leven al onmogelijk gemaakt. Ik heb het lang vriendelijk geprobeerd, maar dat moet maar eens afgelopen zijn.
Paola was geschrokken toen ze de toespraak had gezien. Ik had inderdaad eerst een ander verhaal. Dat had ik haar ook een paar keer voorgelezen, om te oefenen. ‘Wat heb je nou gedaan?’ vroeg ze, toen ik de kamer in kwam. Ze wees naar de tv. Mijn rede werd volop nabesproken, geanalyseerd, bekritiseerd.
‘Zoals ik net al zei: ik heb gebruikgemaakt van mijn recht om te waarschuwen,’antwoordde ik. ‘Ik mag nog wel iets als koning.’ ‘Straks zetten ze je nog af,’zei ze.
‘Dat moet dan maar,’vond ik. ‘Zo leuk is dat wonen in de Brusselse smog nou ook weer niet. Dan zitten we het hele jaar in Frankrijk en gaan we wat vaker langs bij je familie in Italië.’
‘Maar wat moeten de kinderen dan? Zie je Philippe ergens bij een bank gaan werken of zo? Op zijn vijftigste? Hij kan alleen maar koning worden. En wat moet Laurent zonder dotatie?’
‘Ze redden zich wel. En zo niet, jammer dan. Het ene schandaal na het andere beleven we met ze. Laurent kan zich niet bewegen zonder problemen te veroorzaken. Congo-reizen! Bah! Hij kan niet eens vlakbij naar Monaco zonder brokken te maken. Vallen! Waar de wereldpers bij is!’
‘Je hoeft niet zo te schreeuwen, je toespraak is voorbij,’zei Paola verongelijkt. ‘Ik ben trouwens geen politicus die een standje verdient. En wat Laurent betreft, kan hij er echt niet bij zijn, morgen, bij het defilé? Het staat bizar: ruzie in de familie. Wij moeten toch juist eenheid uistralen?’
Deze discussie wilde ik niet nog eens voeren. ‘We kunnen nu niet meer terug, dat maakt een nog veel slechtere indruk. Als die jongen zich gedraagt, is hij er volgend jaar gewoon weer bij.’
‘Als dit land volgend jaar nog bestaat.’
‘Als ze ons niet meer willen, soit. Dan zullen ze nog andere problemen beleven dan Brussel-Halle-Vilvoorde en een paar miljard van de ene naar de ander regio verschuiven. Armoede en burgeroorlog, dat willen ze blijkbaar.’ De adrenaline begon weer te stromen. Paola pakte me kalmerend bij mijn arm. ‘Kom,’zei ze terwijl ze opstond, ‘we zijn al laat voor het eten.’